Afscheid nadert voor Liesbet Geijlvoet: 'Tijd voor wat nieuws'

Wie zich, al dan niet terecht, een bepaalde voorstelling mocht maken van ‘Een Dominee’, zit bij Liesbet Geijlvoet aan het verkeerde adres. Ze komt, in spijkerbroek en jack die ochtend voorrijden op een blitse herenfiets en je weet direct, een bijzondere vrouw met dito opvattingen en eigenschappen. Die inschatting blijkt juist. Aanleiding van dit gesprek is haar afscheid als voorganger van de Doopsgezinde Gemeente. Na ruim veertien jaar verlaat ze Aalsmeer en keert terug naar haar geboortestreek Friesland.
 
De 48-jarige Friezin stamt uit een domineesfamilie, zegt ze. Moeder was een domineesdochter, één van de grootvaders was dominee, de andere was rijksambtenaar. Vader werkte één dag in de week als doopsgezind voorganger.
 
Maakte zij met die genen al snel de keuze dominee te worden?
 
”O, nee. Ik ging na de lagere school naar de rijksscholen-gemeenschap en wist echt niet wat ik wilde worden. Nu hebben we in de familie veel halve talenten, ik kon wel aardig zingen (laat spontaan een korte solo horen) en ging twee jaar lang in vooropleiding een deeltijdopleiding zingen volgen aan het conservatorium. En hoewel ik geen dominee wilde worden was ik wel altijd geïnteresseerd in het geloof en ben toen in Kampen theologie gaan studeren.“
 
Kampen. Dat klinkt behoudend en orthodox.
 
“Ja, dat is waar. En ik wilde nog steeds geen dominee worden, maar ik was meer geïnteresseerd in het waarom. Ik wilde weten, waarom geloven die mensen, wat is theologie. Daarin was ik geïnteresseerd. Het conservatorium heb ik niet afgemaakt. Ook Kampen niet. Maar religie bleef me wel boeien en ik ben toen in Nijmegen een religiestudie begonnen. In Nijmegen was er een sterkte hang om vanuit de kerk de samenleving te bekijken. Het was de tijd van onder meer de Belgische dominicaan Schillebeeckx. In vier jaar heb ik mijn doctoraal theologie behaald. Maar nog steeds wilde ik geen dominee worden, al hield ik me wel bezig met agogisch werk.”
 
Tijdens die studie kreeg Geijlvoet de kans ook een jaartje naar Amerika te gaan en heeft daar op diverse plaatsen kennis gemaakt met het kerkenwerk aldaar. Een half jaar in een christelijk bejaardenhuis in Pennsylvania en in Goshen in Indiana bij een kerk en een seminarie.
 
“In dat bejaardenhuis in Pennsylvania werden veel opwekkingsliederen gezongen en 's nachts droom ik daar nog wel eens van. Wat me in die periode trof was de saamhorigheid en toen dacht ik, ja, dat is helemaal mijn ding.”
 
Weer terug in Nijmegen ontmoette ze haar man Kamal.
 
“Hij was mijn buurman. Geen Fries, nee, maar een politieke vluchteling, statushouder uit Syrië. Hij was al enige jaren in Nederland (enthousiast) En weet je wat mijn moeder direct tegen hem zei? Je bent precies de man voor mijn dochter.”
 
Met hem kwam ze voor een kleine vijftien jaar naar Aalsmeer. Wat trok haar?
 
“Aalsmeer is een gemeente die niet echt een dorp is, maar ook geen stad. Net daar tussen in. Gabe Hoekema was hier toen dominee en ik werd hier de tweede dominee.”
 
Evenals in andere kerkgenootschappen is het ledental ook bij de Doopsgezinden gestaag teruggelopen. Wat kun je dan als dominee en pastoraal werker en waarin onderscheid je je van andere voorgangers?
 
“Ja, die terugloop, het is waar. We hebben weinig jeugd onder de kerkleden. Wat weten we nou van de problematiek van bijvoorbeeld de dertigers? Ik hoor dat wel op het schoolplein van mijn kinderen, ik heb een dochter van elf en een zoon van negen jaar. Maar in de Doopsgezinde gemeenschap is betrokkenheid bij de ander, elkaar tegemoet treden en informeren naar iemands welzijn, altijd van groot belang geweest. We moeten als kerk ook dingen aanbieden die niet kerkelijk zijn, Met dat doel heb ik enkele jaren geleden het project Zin-Inn op poten gezet waarin we een veelzijdig programma presenteren, met activiteiten die niet direct kerkelijk gericht zijn.
 
De predikant juicht ook de samenwerking met de Open Hofkerk en de Karmelkerk in de Raad van Kerken toe.
 
“Gezamenlijk hebben we geestelijk erfgoed door te geven,” zegt ze, “dan gaat het niet zoals wellicht bij andere kerkgenootschappen om het winnen van zieltjes. Dat past niet bij de Doopsgezinden. We bieden iets aan in de vorm van een ontmoeting, een gesprek.”
 
Het ons en wij-gevoel is volgens Geijlvoet bij de Doopsgezinden altijd sterk gebleven.
 
“Er waait een frisse wind. Dat is opmerkelijk en ook erg toe te juichen. Dat jonge mensen die bij De Binding optrekken, vriend van de gemeente worden, zich betrokken voelen bij het gedachtengoed, dat is een groot goed. Niet dat ze nu direct belijdenis doen en zich laten dopen, nee, dat niet.”
 
En nu terug naar Friesland waar ze een beroep heeft aanvaard van de Vrijzinnig Hervormde Gemeenten Reduzum, Dearsum en Raerd. Plaatsnamen waarbij de gemiddelde Nederlander even de landkaart zal moeten pakken of zal moeten googelen om die thuis te brengen.
 
“Het zijn kleine gemeenten onder de rook van Leeuwarden. Daar hebben we inmiddels ook al een huis bemachtigd. We zijn hier al een beetje aan het opruimen en hebben bijvoorbeeld de vijgenboom in onze tuin al uitgegraven, want die gaat mee.”
 
Ze zal zich in Friesland dus bij een ander kerkgenootschap aansluiten. “Ja, echt eentje in de traditie van bijvoorbeeld Pieter Jelles Troelstra, de socialistische voorman en in die sfeer ben ik ook opgegroeid. Ik hoop me ook daar weer in te zetten voor het vredeswerk want streven naar vrede is een wezenlijk onderdeel van mijn geloof. Ik maak daarom ook deel uit van de oecumenische ambassade van vrede in Aalsmeer.”
 
Op zondag 24 juni zal om 14.30 de afscheidsdienst plaatsvinden waar zij zal voorgaan.
 
“Ik heb hier met plezier gewerkt, maar het wordt nu tijd voor wat een nieuws.”
 
Tekst: Leni Paul, foto's Arjen Vos 
 
(advertentie)
 
 

Geen reacties

Add a Comment