Schaatster Wil Blom

HOE IS HET NU MET... WIL BLOM?

[Leni Paul] Wil Blom speelde ruim 25 jaar geleden een belangrijke rol in het Aalsmeerse tuinbouwleven en ver daarbuiten. Ook maakte ze ooit deel uit van de nationale schaatsploeg. Ze droeg tevens haar steentje bij aan de Karmelparochie. En dan was er nog haar gezin met vier opgroeiende kinderen. Hoe is het nu met de 73-jarige Wil Blom? Hoe kijkt ze terug op haar activiteiten en is ze nog steeds zo'n bezige bij?

De geur van koffie en gebakken appeltaart in een gezellig huis. Uitzicht op de al weer enkele jaren geleden gebouwde nieuwbouwwijk achter de Stommeerkade. Foto's van de elf kleinkinderen aan de muur. Op mijn verzoek is ze in haar goed gedocumenteerd archief gedoken om aan de hand van jaartallen en feiten terug te zien op haar uiterst actief verleden.

Wil Blom-van Wees is geboren in Muiden op een boerderij. Gezin met 3 meisjes en 3 jongens in een houten huis, dat vorig jaar de landelijke tv-zenders haalde.
“Ja, ons huis, uit de 20ste eeuw, een beetje een Pippi Langkoushuis werd in verband met de aanleg van een viaduct op de A1 op een ponton verplaatst en dat was nieuws op het journaal en in tv-reportages. Het haalde zelfs kranten in Brazilië.”

In 1963 ontmoette ze haar toekomstige man Wim Blom en in 1966 vestigde ze zich met hem op de Stommeerkade, waar ze nog steeds woont.
“We hadden een rozenkwekerij achter het huis, kweekten Carol. In feite voelde Wim meer voor export. Na enkele jaren begon hij met broer Theo een 3 hectare groot bedrijf met Sonia- en Baccara-snijrozen aan de Hoofdweg.”

En jij werkte ook mee. En kwamen toen de bestuurlijke functies al in zicht?
“Ja. In maart 1984 kwam ik in het plaatselijke LTB-bestuur. Het waren de tijden van de steeds maar stijgende gasprijzen. In juni dat jaar kreeg ik een telefoontje uit het Westland, of we ons als vrouwen niet eens moesten laten horen.”

Met spandoeken naar het Binnenhof?
“Nee, daar ben ik niet zo van. Ik ben meer iemand van het gesprekken voeren, van het overleg. Er waren in die tijd nog veel meer veilingen dan nu, zowel bloemen- als groenteveilingen en met een afvaardiging vrouwen onder de naam Tuindersvrouwen in actie zijn we toen bij elkaar gekomen. We voerden gesprekken met mensen van het Landbouwschap, met de directeur van de Gasunie, met de directeur-generaal van het Ministerie van Economische Zaken, met minister van landbouw Braks. Toen de gasprijs voor de tuinders zou worden vastgesteld, ben ik met iemand van ons groepje vrouwen naar het ministerie gegaan en hebben in de gang gewacht tot de besprekingen waren afgelopen. Die mannen voelden zich best onwennig, want tuinbouw was echt een mannenbolwerk. Maar het resultaat was geweldig, de gasprijs voor ons ging niet omhoog.”

Ondanks de opvallende acties en het feit dat je al in 1984 afgevaardigde werd in de provinciale vakgroep tuinbouw van de LTB wilde je jezelf, zo zei je in een interview uit die tijd, nooit een feministe noemen.
“Nee, daar houd ik niet zo van. Doe gewoon je werk en doe dat goed, dan ben je al genoeg emancipatorisch bezig. Me afzetten tegen mannen vond ik ook nooit zo nodig. Word lid van een standsorganisatie en participeer daar. Dat vond ik toen en eigenlijk nog steeds.”

Ook andere besturen uit de groene sector wisten jou al gauw te vinden. De lijst van functies was lang. Daaronder het lidmaatschap, vanaf 1988, van de commissie van toezicht van de VBA en daarmee de eerste vrouw in een bestuurlijke orgaan van een Nederlandse veiling. Voor alle vervulde functies speldde burgemeester Pieter Litjens je op 29 april 2008 de koninklijke onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Er gebeurde heel veel in die tijd. Gigantische klussen, hoe combineerde je dat met je gezin met vier kinderen?
“De stukken las ik vaak 's avonds door in bed, de kinderen herinneren zich dat nog goed.”

Je was ook medeoprichter van de Rampendienst van de ALO, de gecombineerde Aalsmeerse Landbouworganisaties.
“Ja, dat was toen een heftige storm enorm veel kassen in Aalsmeer en omstreken had weggevaagd. Voor het eerst was de inzet van het leger hier nodig. Al die soldaten moesten worden ingezet, er kwam een kampement in de veiling. Onze ALO was in Tuinbouw Nederland een sterkte club.”

Naast de tuinbouw zijn er prestaties op sportgebied te noemen. Je reed in 1985, 1986 en 1997 de Elfstedentocht uit. Altijd al geschaatst?
“Schaatsen maakte een belangrijk deel uit van mijn leven. Veel familieleden zoals mijn vader en mijn tantes schaatsten. Ik begon serieus in de koude winter van 1962/63 op vier maten te grote schaatsen van mijn vader. De voorzitter van de ijsclub in Muiden zag me en vond me wel veelbelovend, zo begreep ik al gauw, en hij nodigde me uit mee te gaan naar de Jaap Edenbaan. Ik heb toen al snel passende noren gekocht.”

Sport en presteren, de beste willen zijn. Heb jij dat erg in je?
“Nee, maar als je meedoet, en eigenlijk bij alles wat je doet, wil je dat zo goed mogelijk doen. Zo haalde ik in 1964 in 1.43.8 minuten de 1000 meter op de Jaap Edenbaan, op mijn verjaardag, het Nederlands record. Het was een verbetering van het oude record met vijf seconden en als zo'n mededeling dan in het achtuurjournaal komt is dat wel leuk.”

Inmiddels in de ban van het schaatsen volgden nog meer triomfen: deelname aan de wereldkampioenschappen in Trondheim, ze werd winnares van de stedenwedstrijd in Oost-Berlijn, met bekende namen als Stien Kaiser, Carry Geijssen en Willy Burgmeijer, en het kampioenschap van Amsterdam. Aan het eind van het seizoen stond ze zesde op de wereldranglijst dames. Van 1963 tot 1967 maakte ze deel uit van de vrouwenkernploeg.

Enigszins in de lijn was haar bestuurlijke betrokkenheid met de schaatswereld. Van mei 1992 was ze penningmeester van de Stichting Start van de KNSB (Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond) en tevens secretaris vanaf 1992 tot heden.

“Bij de Stichting Start zetten we ons in voor topsporters die na hun sportieve leven in een gat dreigen te vallen. We proberen studies en cursussen te vergoeden, zoeken sponsors, kortom, zijn bezig voor het maatschappelijk welzijn.”

Echtgenoot Wim en twee zoons hebben inmiddels het bedrijf op de Hoofdweg verlaten en runnen sinds begin 2000 een succesvol bedrijf met kentiapalmen, opgezet in de Schinkelpolder. Een niet alledaags product. Samen met haar man reisde Wil af naar de Norfolkeilanden, aan het andere eind van de wereld, het natuurlijke moederland van de kentia.

(enthousiast) "Toen ik in de commissie van toezicht van de veiling zat, kwam daar de bekende acteur Rick Robinson langs. Hij was de echtgenoot van de bekende schrijfster Coleen McCoulough van De Doornvogels en we kwamen in gesprek over de Howeia, zoals de kentiapalm heet en we zijn daar toen eens gaan kijken.”

Volg je de ontwikkelingen in de huidige tuinbouw nog en maak je je zorgen?
“Ja, op afstand volg ik nog wel de zaken die zich afspelen. Maar zorgen maken? Dat doet een ander nu maar. Het zou natuurlijk wel doodzonde zijn als wat ik noem het apparaat veiling verdwijnt. Je hoort zeggen: weg met de klok, maar de klok is prijsbepalend. Je hebt het gezien in de groente toen de klok verdween.”

Je was betrokken bij het kerkbestuur van de Karmelkerk en je bent nu voorzitter van de Probus Aalsmeer, een vereniging van managers in ruste. Ook nog plichtvrije taken?
“Ja, ik werk graag in de tuin en maak zelf veel jam uit eigen tuin."

Foto's: Wil Blom-van Wees in haar tuin aan de Stommeerkade (foto's Arjen Vos), daaronder beelden uit 1964 toen ze tweede werd op het NK in Deventer achter Stien Kaiser en voor Wil de Beer. Bloemen worden uitgereikt door Rudie Liebrechts; samen met Stien Kaiser; een affiche voor het NK in Amsterdam waarop Wil als publiekstrekker vermeld staat; Wil Blom in actie, vastgelegd voor een Duitse krant toen ze de stedenwedstrijd in Oost-Berlijn won.