Monument brand 1844?

Auteur: Dick Piet

Over een maand zal op verschillende manieren aandacht worden besteed aan de grootste ramp uit de geschiedenis van Aalsmeer. Het is dan 175 jaar geleden, dat het halve dorp door brand werd verwoest. Tientallen gezinnen verloren hun have en goed. Op de hoek Zijdstraat-Uiterweg, waar het vuur in de nacht van 12 op 13 april 1844 ontstond, zal een monument worden onthuld. Aansluitend volgt een stille tocht langs de plekken waar huizen, winkels, kerk, school en scheepswerf in de as werden gelegd. 
 
Wat zegt u? Nooit iets over ‘de grote brand van 1844’ gehoord of gelezen? Nou, u bent niet de enige, hoor. Ik durf er mijn handen voor in het vuur te steken, dat het gros van de Aalsmeerders er niets over weet. Er is immers niets dat aan de ,,ontzettendste brand’’in de geschiedenis van Aalsmeer herinnert. Geen monument of plaquette, alleen in een bijzin op enkele informatieborden langs de historische fiets- en wandelroute van de Stichting Oud Aalsmeer. 
 
Het was nachtwacht P. van Leeuwen, die kort voor middernacht vlammen ontdekte tussen de tapperij van Jacob Schouten (waar nu Sparnaay is gevestigd) en het huis van Jacob Mozes Meijer. Meteen sloeg hij alarm: Brand! Brand! ,,De nachtwacht zijn geroep van brand gedurig herhalende, had spoedig de bewoners uit hunnen slaap opgewekt,’’noteerde dominee T.W. Venema van de Doopsgezinde kerk later in zijn ‘geschrift’ over de brand, waarover Maarten ’t Hart in 1980 publiceerde in Oud Nuus.
 
Door de harde wind, greep het vuur razend snel om zich heen. ,,De straat was aan een oven gelijk en niemand kan dezelve langs komen of er zich in begeven om te helpen of te redden.’’  In korte tijd verwoestten de vlammen aan weerszijden van de Zijdstraat zeven en twintig huizen. Waaronder die van burgemeester Van Ommeren, dat in die tijd op de huidige hoek Zijdstraat-Van Cleeffkade stond. Ook de Doopsgezinde kerk en pastorie bleven niet gespaard.
 
,,Brandende rietstoppels met de gloeiijende asch,’’werden door de wind vanaf het rieten dak van de kerk meegevoerd en verwoestten tientallen meters verderop nog eens zeventien huizen in de Dorpsstraat. Ook de school en woning van onderwijzer Kornelis Met (in 1844 op de plek waar nu Hotel Aalsmeer staat), werden in de as gelegd. Op de Helling brandde de niet verzekerde scheepstimmerwerf van Arie Segstro af. ,,De werf met al het hout, de loods met eene geheel nieuw afgetimmerde schuit, alles tevens met het daarbij staande woonhuis, werden eene prooi der vlammen.’’ 
 
Bijna de helft van alle huizen in Dorp brandde als een fakkel. ,,Naderbij gekomen,’’schreef dominee Venema, ,,was het ontzettend het geknetter en het geknap der lichtende vonken te hooren, het gekraak der instortende daken, vereenigd met het gejammer der kinderen, de wanhopige kreten der moeders en de smartelijke uitboezemingen des vaders. De een poogde zicht hier te bergen, de ander daar.’’Bewoners redden zich ,,met eenig huisraad in de schuiten,’’in de sloot achter de Zijdstraat en in de Kerkwetering. 
 
Dominee Venema roemde het optreden van de brandweer. ,,Maar wat kon in het brandende gedeelte de brandspuiten baten? De spuiten uit de naburige gemeenten snelden zoo spoedig mogelijk ter hulpe, maar de rassche voortgang van den brand was oorzaak, dat zij niet tijdig genoeg aankwamen, om het reeds aangetaste te redden. Zij hebben echter veel toegebragt, om het nog verder voortslaan der vlammen te stuiten, en het overschot van het dorp voor ganschelijke vernieling te bewaren.’’
 
Toen het in 1994 anderhalve eeuw geleden was dat ons dorp in lichterlaaie stond en ik er een artikel over wilde schrijven in de Aalsmeerder Courant, ben ik naar het Persmuseum in Amsterdam getogen. Ik wilde wel eens weten of de brand in 1844 werkelijk zó groot was, dat het landelijk nieuws was. Inderdaad, de Amsterdamsche Courantbijvoorbeeld, berichtte ‘s zaterdagsmorgens 13 april al: ,,Gedurende den voornacht, tusschen gisteren en heden, zag men hier in de rigting naar het Zuid-Zuid-Westen, eenen ongewonen rooden gloed aan den gezigteinder, en heden morgen verneemt men, dat er te Aalsmeer een geweldige brand gewoed heeft.’’ 
 
Voorts meldde de kant, die zo kort na de brand nog over schaarse informatie beschikte, dat ook het raadhuis en het ‘bestedelingshuis’(het latere Rustoord) waren verwoest. ,,Voorts veel vee is er verbrand en vier menschen worden vermist. Men zegt dat de brand in eene schuur begonnen is, waar een scharenslijper nachtverblijf had. Ook deze man is niet wedergevonden.’’  De middageditie kon melden, dat genoemde gebouwen toch gespaard waren gebleven en er ook geen slachtoffers waren te betreuren.
 
De Amsterdamsche Courant deed na het weekend verslag van het ‘ramptoerisme’: ,,De belangstelling welke zich algemeen openbaarde in het naburig, onlangs door eenen zoo zwaren brand geteisterde Aalsmeer, had een schipper, met name Pannekoek op het denkbeeld gebragt, Zondagmorgen, zijn schip aan den Overtoom, buiten deze stad, beschikbaar te stellen, tot het overvaren van passagiers, die genoemd dorp zouden wenschen te bezoeken. Hoogstaanzienlijk is het getal geweest dergenen die gebruik van deze gelegenheid hebben gemaakt.’’ 
 
Maandenlang berichtten de dagbladen over inzamelingen van kleding en collectes voor Aalsmeer. Ook op andere wijze werd geld ingezameld. Zo meldde de Haarlemsche Courantvan 3 mei 1844, dat een concert in Den Haag 428 gulden had opgebracht voor ,,de door den brand te Aalsmeer ongelukkig gewordenen.’’Koningin Anna Paulowna, de echtgenote van Koning Willem II, die samen met kroonprins Willem en zijn vrouw, prinses Sophie, het concert had bijgewoond, deed daar met 200 gulden nog een schepje bovenop.
 
Anderhalf jaar na de brand, was het verwoeste deel van het dorp weer herbouwd. Burgemeester Van Ommeren maakte de voltooiing van de wederopbouw echter niet meer mee. Na ,,een smartelijk lijden’’overleed hij op 29 mei 1845, ,,zijn eigen nieuw gebouwd huis eenige weken in pijn en smart bewoond hebbende.’’De burgemeesterswoning werd door zijn erfgenamen verkocht aan de Doopsgezinde kerk,,om tot eene pastorij te verstrekken.’’Deze pastorie maakte in 1960 plaats voor de bouw van Modehuis Mantel.
 
Volgende maand is het dus 175 jaar geleden, dat Dorp een rokende puinhoop was. Nee, deze grootste ramp uit onze lokale geschiedenis wordt niet herdacht. Ik kletste maar wat. Hoewel…, een monument, klein of groot, die herinnert aan de rampspoed die onze voorouders hebben meegemaakt, vind ik zo gek nog niet. Of wel soms?
 
Foto: De Zijdstraat begin vorige eeuw. Zover het oog reikt, werd in 1844 alle toenmalige bebouwing door brand verwoest. Links op de plek van de bakkerswinkel brak het vuur uit. Rechts het hek van de Doopsgezinde pastorie, aanvankelijk de nieuwe burgemeesterswoning. 

Dick Piet is journalist. Geeft zijn nieuwsgierigheid al meer dan een halve eeuw de vrije loop in de schrijverij. Schopte het tot hoofdredacteur van de Aalsmeerder Courant. Graaft op papier graag dieper dan anderen in naoorlogs Aalsmeer. Pleziert Aalsmeerders veelvuldig met foto's van vroeger op platform 'Je bent Aalsmeerder als...' en met nostalgische filmavonden in de Feestweek.

 

Geen reacties

Add a Comment