Pierre's Pennenstreken: Duurzaam

Wie langs het Aalsmeerse gemeentehuis komt, zou kunnen denken dat hier een kunstwerk van Christo wordt vervaardigd: het gebouw is bijna helemaal ingepakt.

Het gebouw staat op de lijst van gemeentelijke monumenten als ‘oudbouw’. De term ‘oudbouw’ is precies van toepassing op het werk van architect Berghoef, want hij verdomde het om moderne materialen te gebruiken. ‘Met als gevolg,’ schreef ik op 17 februari 2000, ‘dat de gelukkige bewoners van zijn huizen nu de kozijnen vervangen en opnieuw aan het voegen zijn.’

En dat is precies wat er nu allemaal bij de renovatie van het gemeentehuis gebeuren moet. In zijn zwanenzang als burgemeester meldt Jeroen Nobel aan de Raad: ‘Een aantal bouwkundige tegenvallers, zoals extra sloopwerk van verborgen installaties, asbest, slecht metselwerk aan de gevel en de waterzijden, aanpassingen aan de lift, een noodzakelijke nieuwe brandmeldinstallatie en de vervanging van de noodverlichting en de inbraakinstallatie.’ ‘Ook heeft de gemeente extra verduurzamende maatregelen kunnen treffen, zoals zwaardere isolatiewaarden op alle dakvlakken, triple-buiten beglazing, verticale zonnepanelen in het glas van de dakopbouw van de Burgerzaal, automatisch geregelde binnen- en buitenzonwering en een tweede warmtepomp.’

Je vraagt je af: wat blijft er op die manier over van de ‘monumentale oudbouw’ van de conservatieve Berghoef?

En had de vijf-en-halve miljoen euro’s die aan de ‘verduurzaming’ van een bijna leegstaand stadskantoor niet beter kunnen worden besteed? Voor dat geld kun je bijna driehonderd woningen verduurzamen!

Links:
 
Tekst Pierre Tuning, foto archief AV
 
(advertentie)
 

1 Reactie

  • joop kok :

    Om de woorden van Pierre naar waarde te kunnen schatten, citeer ik een aantal mensen die op een wetenschappelijke en jouranalistieke manier onderzoek hebben gedaan naar de betekenis van het werk van Berghoef.

    Raadhuis Hengelo -cultuurhistorische verkenning, Steenhuismeurs 2010
    StilistisChe Thema’s en de Moderne Canon blz 24

    Een van de ontdekkingen in deze verkenning is het onnederlandse karakter van het gebouw. Zowel in verschijningsvorm als in plattegrond bracht het nieuwe denkbeelden over democratie en openbaarheid samen. Het gebouw is zelfs als erudiet te typeren, een smeltkroes van thema’s en verwijzingen, aan (streek) eigen symboliek, moderne en traditionele elementen, bouwstijlen en aanhechting aan het stedelijk weefsel. De klassieke architectuur uit de oudheid, de renaissance in Toscane, de international style van de naoorlogse bouwkunst, de Bossche school en de twentse bouwtraditie, een wandeling door en langs het raadhuis is als een leerboek van de architectuur-geschiedenis. Deze rijkdom en gelaagdheid vergt enige achtergrond en vooral een onbevooroordeelde! kijk op (historische) bouwstijlen. Deze nuance was in het naoorlogse architectuurdebat ver te zoeken. Niet verrassend dus dat het gebouw zulke uiteenlopende reacties opriep, en zelfs inzet werd van een machtsstrijd tussen critici. Voor ons vormt de verwevenheid van tijden en stijlen juist de moderniteit! van het gebouw: niet eenduidig maar pluriform, maar zonder overdadigheid of kunstmatigheid. Samen met het vernieuwende programma en de voor die tijd revolutionaire - uit Scandinavië geimporteerde - plattegrond heeft het gebouw een hoge zeldzaamheidswaarde, waarbij het ook nog eens relatief gaaf gebleven is.

    Nicht fur die Ewigkeit, Jennifer Bosch-Meijer
    Samenvatting blz 401

    In de opvatting van Berghoef neemt de architectuur op basis van haar sterke maatschappelijke functie als cultuurdrager een centrale positie in de samenleving in. Daarbij wordt de door de modernisten sterk benadrukte sociale betekenis van de architectuur door Berghoef verder uitgebreid en in zijn theoretisch en praktisch werk toegepast. Door het aspect van de culturele functie van architectuur is volgens Berghoef een nationale continuïteit in het bouwen, dat wil zeggen een door nationale en regionale bouwtradities geïnspireerde architectuur, niet alleen wenselijk, maar zelfs noodzakelijk. Wat volgens de architectuurgeschiedenis kenmerkend is voor moderne architectuur, namelijk dat er een wisselwerking bestaat tussen de bouwvorm en de sociaal-maatschappelijke component, is derhalve ook in Berghoefs architectuur terug te vinden. Ook de thema’s vernieuwing, continuïteit en multifunctionaliteit komen veelvuldig in zijn werk aan bod.
    Berghoef komt naar voren als een persoonlijkheid met een ruime blik en een brede interesse Deze open houding valt verder af te leiden uit Berghoefs bijdrage aan de totstandkoming en ontwikkeling van de vroege systeembouw in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Het gangbare beeld, krachtig bevorderd door de protagonisten van het modernisme, wil dat vooral zij verantwoordelijk waren voor de technische vooruitgang in het bouwen. Het waren echter architecten zoals Berghoef en Henri Zwiers die een Engels bouwsysteem naar Nederland haalden en het voor de oplossing van de woningnood hier toepasbaar maakten. Hieruit valt te concluderen dat een moderne ontwerphouding niet gebonden is aan een bepaald materiaal of een bepaalde vormgeving, maar in de eerste plaats samenhangt met de wil tot vernieuwing. In deze context van bouwtechniek en materiaalkeuze heeft Berghoef een duidelijke positie gekozen, die voor hem ook een kwestie van moraliteit was.

    Bernard Hulsman NRC 29 juni 1995
    Een cursus 20ste eeuws bouwen; Toonzaal Aalsmeer
    Niet alleen in het aantal gebouwen, maar ook in staat van onderhoud overtreffen de traditionalistische gebouwen die van het Nieuwe Bouwen in Aalsmeer: vergeleken met dat van Wiebenga ziet het oeuvre van Berghoef er stralend uit. Blijkbaar behoeven Berghoefs gebouwen weinig onderhoud, en samen met hun soberheid roepen ze de vraag op wie nu eigenlijk de ware functionalisten waren: de Nieuwe Bouwers, architecten van ruïnes, of de traditionalisten, bouwers van solide huizen?

Add a Comment