Hoe is het nu met... Ada Mosselman?

Ruim zeventien jaar geleden noemden we haar in een interview het altijd enthousiaste aanspreekpunt voor Aalsmeerders die om medische redenen bloed moesten laten prikken. Opgewekt stelde ze iedereen, die wat angstig de naald in zijn of haar arm zag gaan, met enkele opgewekte woorden en een glimlach gerust. Momenteel is ze bezig met andere zaken, "want," zo zegt ze, “stilzitten is niks voor mij.”
 
De geboren en getogen Aalsmeerse Ada (67) zou tot 2001 het al genoemde aanspreekpunt worden en volgde na Mulo B een opleiding tot medisch analiste. Al snel kon ze als zodanig terecht in het toen nog bestaande Andreas Ziekenhuis in Amsterdam.
 
“Op de verpleegafdeling en het was emotioneel best zwaar. Inmiddels was de oudste van mijn drie dochters geboren en ben ik daar na vijf jaar gestopt.Toen mijn laatste dochter zeven jaar werd kwam er hier een vacature bij het Artsenlaboratorium Amstelland en werd ik gevraagd om te komen werken in het Rode Kruisgebouw aan de Spoorlaan. Een heerlijke baan en ik heb dat tot mijn 59jaar met veel plezier gedaan.”
 
De wereld was nog veilig, zo maken we op uit Ada's verhalen die deze ochtend al snel naar boven komen. Het Jan Terlouwtouwtje hing nog uit menig Aalsmeerse brievenbus. 
“Ik ging als dat nodig was ook de mensen thuis wel prikken, men legde dan de sleutel voor me neer.”
 
Kind van het dorp
Ada had altijd een luisterend oor en was sociaal gedreven.
“Mensen waren ook vaak angstig,  je hoorde veel privé-verhalen, een enkeling was soms bang voor aids. Het hielp vaak wel dat je Aalsmeerse was. Ik was een kind van het dorp, was er eentje van Joop van Leeuwen van de Stommeerkade, dus je was een vertrouwde figuur. Wat ook prettig was dat ik goede relaties had met de huisartsen. Soms vond ik sommige mensen die kwamen om te prikken er zo slecht uitzien dat ik wel eens de dokter belde, omdat ik vermoedde dat ze iets onder de leden hadden.” 
 
Nooit vervelende dingen meegemaakt?
 “Ja, ook wel. Soms had je mensen die beslist voorrang wilden hebben en schermden met het feit dat ze nog niets hadden mogen eten omdat men vaak nuchter op het spreekuur moest komen. Ja, dat moesten anderen ook wel. Soms stuurde ik iemand weg. Maar in het algemeen was men vol begrip en heb ik fijne jaren gehad.”
 
Toch stopte ze met het werk toen ze 59 was. Vooral omdat er zoveel veranderingen in de zorg kwamen, zegt ze. "Daarbij kwam dat mijn man Iman 60 was geworden en ook gestopt was met werken. Inmiddels had ik vier kleinkinderen, de vijfde was op komst en ik vond het een goed moment te stoppen. De directeur van het laboratorium rolde van zijn stoel toen ik aankondigde dat ik er mee stopte.”
 
Er ging een kleine schok door Aalsmeer: Ada van het prikken stopt er mee. 
(gulle lach) “Ja, het was voor velen wennen.”
 
Men ziet jou als een vrouw met een pastoraal hart, want naast de dagelijkse priksessies deed je nog veel andere dingen.
“Ja, ik zou echt niet kunnen stilzitten. Iman is een vergaderdier, ik ben meer de doener. Ik heb heel lang kerkdiensten geleid in Rozenholm en ook de dagsluiting in Kloosterhof.”
 
En toen zat je dus acht jaar geleden thuis, zonder de matineuze priksessies. Dat was voor jou en ook voor veel Aalsmeerders even wennen. Zouden we je niet zo nu en dan als vervangster kunnen aantreffen? Je bent een bekend gezicht en de ervaren en bekende prikster.
 
(resoluut) ”Nee, dat kan en mag niet zo maar in de medische zorg. Er moet dan een bedrijf achter je staan, een laboratorium of zo. Wat ik het meeste heb gemist toen ik weer thuis was? De mensen, allemaal met hun eigen verhaal. Elk mens heeft zijn eigen kwaliteiten en levensvisie. Ik was daarin geinteresseerd.”
 
Die laatste woorden passen wel bij haar pastorale werk in Kloosterhof en Rozenholm.
 
“Met beide activiteiten was ik al gestopt, maar ik doe nu eens per maand vrijwilligerswerk in een inloophuis in de Jordaan bij Stichting De Tweede Mijl. Geweldig om daar te kunnen helpen. De werkzaamheden variëren van brood smeren tot geestelijke hulp bieden. Allerlei soorten mensen, verslaafden, dak- en thuislozen. Eng? Nee hoor, ik ervaar nooit onaangename dingen. We eten gezamenlijk, wie roken wil gaat dat even buiten doen, er is een goeie sfeer. Ieder mens is waardevol en ik ben blij dat ik daar een helpende hand kan bieden op divers gebied.”
 
Je bent ook een trouw type, begreep ik, want in 1998 nam je ruimhartig twee Tsjrernobylkinderen in huis en je hebt nog steeds contact met ze.
 
“Dat is geweldig, wat we daar hebben kunnen helpen en opbouwen. Ik ben er ook diverse malen geweest, ook kort geleden nog. We hebben een hechte band opgebouwd met die inwoners in dat dorp, het is zo vertrouwd geworden. Ik heb me een beetje in de taal verdiept, heb er ook het Russisch-orthodoxe kerkgebouw bezocht. Heerlijk dat contact, ik ben voor hen Baboeschka Ada. Mooi toch. Het is zo waardevol dat je je openstelt voor anderen, ook al denken die heel anders dan jij. De helpende hand kunnen bieden, bezig zijn voor de ander, het is mijn leven lang een drijfveer geweest en daarom verveel ik me nooit. O, ja, en we hebben inmiddels zeven kleinkinderen.”
 
Tekst Leni Paul, foto's Arjen Vos
 
(advertentie)
 

 

2 Reacties

Add a Comment