Hoe woont het er eigenlijk..? Deel 5: de Stommeermolen

U heeft het zich ongetwijfeld ook wel eens afgevraagd wanneer u door Aalsmeer of Kudelstaart reed en uw blik afgleed in de richting van een bepaald woonhuis. Die riante villa aan het water, dat monumentale herenhuis in hartje dorp of dat minuscule woninkje verborgen achter groen: 'Hoe woont het er eigenlijk..?' Deze zondag nemen we u mee naar de Stommeermolen aan de Geijlwijkerweg, sinds 1995 bewoond door volbloed Fries Jan Hofstra. 
 
Een blijmoedige man, zo zou je Jan Hofstra (59) kunnen omschrijven. Hij maakte van zijn hobby, het zich verdiepen in molens in de breedste zin van het woord zijn vak en dat is erg bevredigend, zo laat de molenspecialist ons weten.
 
Lekker briesje
Hij zet als we hem in het weekend bellen, de afspraak met ons graag op dinsdagochtend. ”Dan gaat het stormen en dat is best bijzonder.”
 
Deze dinsdagochtend krijgen we een gedetailleerd inzicht in de geschiedenis van molens in het algemeen en van zijn molen aan de Molenvliet in het bijzonder. Hoewel wij bijna van de weg waaien noemt Hofstra dit nog geen storm: “Dit is maar een lekker briesje.”
 
Welbespraakt
Jan Hofstra is al vele jaren een gewaardeerd medewerker aan het blad Oud Nuus van de Stichting Oud Aalsmeer. Ook deze ochtend zal hij ons tot in details kunnen voorlichten over achtkantige poldermolens, over grondzeilers, over het in de rouwstand staan van de molenwieken en over tientallen andersoortige molens, zowel door heel Nederland als tot diep in Vlaanderen waar men onlangs nog in Veurne van zijn molenkennis gebruik maakte. We zullen ons echter met de welbespraakte Hofstra beperken tot zijn eigen molen, al sinds eeuwen beeldbepalend in het Aalsmeerse landschap en hoe het woont in een molen. In zijn eentje, zonder buren, zonder gezinsleden.
 
Liever geil dan stom
Vraag een willekeurige Aalsmeerder naar de Geijlwijkerweg en slechts weinigen zullen die onmiddellijk kunnen vinden. Toch staat de molen waarin Hofstra sinds 1995 woont en die sinds 1987 toebehoort aan de Rijnlandse Molenstichting, aan de Geijlwijkerweg.
 
“Over die naam wil ik best wat vertellen,” zegt Hofstra. Er komt een brief uit 1952 op tafel afkomstig van de secretaris van het Hoogheemraadschap van Rijnland, gericht aan burgemeester Peereboom Voller. 
 
Hofstra legt uit: ”De tot op dat moment als Stommeerkade bekend staande weg zou op geschiedkundige gronden, teruggaand tot 1462, eigenlijk Geijlwijkerweg moeten heten. Het Hoogheemraadschap stelt in die brief voor de historische naam maar weer te gebruiken. De Geijlwijkerweg was oorspronkelijk het stuk tussen Legmeerdijk en de Oosteinderweg en liep langs de molen. "Geijl zou wellicht als wellustig kunnen worden opgevat," aldus het Hoogheemraadschap destijds.
 
De Aalsmeerse gemeentebestuurders in de jaren 50 van de vorige eeuw vonden dat, ruimdenkend, kennelijk geen bezwaar want sinds die tijd heet het stukje weg tussen de Hornweg en de molen Geijlwijkerweg.
 
Hofstra: ”Prima toch. Liever geil dan stom. Vroeger betekende het woord bovendien vet en vruchtbaar.”
 
Liever niet naar het westen
Hofstra is geboren in Schraard, een vlek op de kaart van Zuid-West-Friesland.
“Ik woonde dicht bij een gemaal. We deden als jongens veel aan polsstokspringen en ik ben altijd gefascineerd geweest door de vele molens in het Friese polderlandschap  en al heel jong kwam bij mij de gedachte op om molenaar te worden. Ik maakte ook al gauw zelf een molen om thuis in de tuin te zetten. Ook toen ik later op de HTS in Leeuwarden kwam, was die gedachte er  nog altijd: ik wil iets met molens en ik ben toen de opleiding tot molenaar gaan doen in Witmarsum. Mijn leven is altijd beheerst geweest door molens. Ik hielp bij de restauratie, zette me in voor de molens in Friesland totdat er een functie vrij kwam bij de Provincie Zuid-Holland en ik daar kon gaan werken. Ik wilde niet zo graag naar het westen, maar die functie op het provinciehuis in Den Haag, naast het gebouw van Rijkswaterstaat, trok me wel.”
 
Van ambtenaar naar fulltime molenbewoner
“Ja, maar wel in een provincie met de meeste molens. Er staan er wel zo'n 200. En in die jaren kwam ik in contact met de Rijnlandse Molenstichting. Er waren nogal wat molens ingestort en beschadigd en doordat mijn collega bij de Provincie een vriend was van de Aalsmeerse molenkenner Jan Lunenburg kwam ik in contact met Aalsmeer.”
 
Via de legendarische Lunenburg, toen al een bekende in Aalsmeer, kwam de jonge Hofstra in aanraking met de Noord-Hollandse molenwereld. 
“Jan was nauw betrokken bij de Korenmolen op het dorp en vroeg me wel eens om die molen weer eens op de wind te zetten. Dat werd op't laatst te zwaar voor Jan. En 24 jaar geleden kon ik hier op deze molen, in het bezit van de Rijnlandse Molenstichting, komen wonen.”
 
In de gezellige woonkamer met fraaie prenten van molens aan de wand en een huisorgel in de hoek hebben we van alle kanten een fascinerend uitzicht over het nog enigszins weidse uitzicht in dit stukje Aalsmeer. Achter een glazen wand in de kamer zien en horen we het water klotsen en alleen al daardoor is dit een  bijzondere woonplek in de wijde omtrek.
 
Gehaktballen met jus
“Nee en dan gebeuren er soms best wel vreemde dingen. Zo stonden er op een morgen tentjes in de voortuin, buitenlanders die dachten dat het hier een soort camping was. Ook lag er eens iemand in de huiskamer zijn roes uit te slapen. Hij  was in de sloot gevallen had de achterdeur ingetrapt en was naar binnen gekomen. Kleren over de verwarming en op de bank in slaap gevallen. Hij had zelfs mijn pan gehaktballen met jus die in de koelkast stond, leeg gegeten.”
 
Eerste Fries
Hofstra is de eerste Friese bewoner van de molen. Voor hem hebben er sinds 1753 vijf families Zwartendijk gewoond.  Daarna kwam familie Groeneveld.
 
Door de rondgang door het ruime gebouw blijkt dat Hofstra inmiddels veel veranderingen, zowel binnen als buiten, heeft aangebracht. Hij beschikt duidelijk over twee rechterhanden en kunnen, zoals dat heet, zijn handen maken wat zijn ogen zien.
 
Een eigentijdse badkamer, een ruime slaapkamer en een tussenverdieping met daarin onder meer een historisch huisorgel. Echter, eigentijdse apparatuur zoals een computer ontbreekt ook niet: in een ruim kantoor is hier het adviesbureau op molengebied gevestigd dat Hofstra met twee andere molen-experts leidt.
In een van de ruimten is nog de originele bedstee aanwezig.
“De laatste Zwartendijk die hier woonde sliep daar in. Als het weer erg onrustig is en het stormt, slaap ik daar ook nog wel eens in, zodat je direct zou kunnen ingrijpen. De laatste keer was vijf jaar geleden.”
 
Flightsimulator
Met vakantie gaat Hofstra nooit. Voor hem geen opwindende reisjes naar Thailand of Curacao.,
 
“O, nee zeg, het is hier toch prachtig. Men zegt wel eens, in Nederland regent het altijd. Nou, dat is niet zo, zeven procent van het jaar regent het, dus echt heel weinig. Ik heb hier alles, ik fiets veel door het Groene Hart en daarbuiten, verder ben ik hier thuis en heb ik genoeg omhanden. En je hebt het over vliegen: weet je dat piloten, althans, dat hebben ze me gezegd, de molen vaak als baken gebruiken. In de flightsimulator op Schiphol-Oost is de molen er zelfs met draaiende wieken ingezet.”
 
Bijna een kwart eeuw bewoner van dit originele woonhuis. Hofstra zou zich duidelijk geen andere woonplek wensen. Spontaan komen er lyrische woorden naar buiten. “Daar hoog in de molen, mijn liefelijk oord, Daar vliegen mijn dagen genoegelijk voort.” Mooi toch? Nee, de tekst is niet van mij, maar geeft wel goed mijn gevoelens weer.”
 
Er zijn veel Aalsmeerders die de molen graag eens zouden willen bezoeken.
“Met de Molendag, op de tweede zaterdag in mei, stel ik de molen open en daar wordt dan best gebruik van gemaakt. En verder is het ook mogelijk om een afspraak te maken.”
 
Tekst Leni Paul  Foto's Arjen Vos
 
 
Suggesties voor deze rubriek? Mail naar info@aalsmeervandaag.nl
 
(advertentie)
 
 

 

Geen reacties

Add a Comment