Hoe woont het er eigenlijk..? Deel 8: Oosteinderweg 215

U heeft het zich ongetwijfeld ook wel eens afgevraagd wanneer u door Aalsmeer of Kudelstaart reed en uw blik afgleed in de richting van een bepaald woonhuis. Die riante villa aan het water, dat monumentale herenhuis in hartje dorp of dat minuscule woninkje verborgen achter groen: 'Hoe woont het er eigenlijk..?'  Deze zondag nemen we u mee naar Oosteinderweg 215. "Wij wonen in een kunstwerk," zeggen Willy en Gert Karssing. 
 
Noblesse oblige. Je woont in een huis, ontworpen door de in het begin van de vorige eeuw levende architect Michel de Klerk, behorend tot de Amsterdamse School. Geen doorsnee woning dus, een huis dat zowel binnen als  buiten opvalt door zijn bijzondere architectuur. Het woonhuis van Gert en Willy Karssing is in Aalsmeer een van de weinige rijksmonumenten. Een bezoek in onze serie waarin we worden ondergedompeld in esthetiek, bijzondere schoonheid en rust, teruggaand naar vroegere tijden.
 
Geen onbekende
Architect Michel de Klerk (1884-1923) was, toen hij van de heer Albert Barendsen in 1922 de opdracht kreeg voor hem en zijn gezin een huis te bouwen, geen onbekende in Aalsmeer. Al eerder was De Klerk naast onder andere J.F. Staal, betrokken bij de bouw van veiling Bloemenlust. Albert Barendsen was voorzitter van het bestuur van genoemde veiling en zodoende was de link gelegd.
 
De Klerk was het zeventiende (!) kind van een diamantslijper en werd als architect onder meer bekend van de Amsterdamse School. Nog steeds zijn in Amsterdam vele gebouwen en woonwijken te bewonderen van deze slechts 39 jaar oud geworden De Klerk.
 
In Aalsmeer moet dit huis aan de Oosteinderweg in de twintiger jaren ongetwijfeld de aandacht hebben getrokken van de dorpsgenoten en ook van niet-Aalsmeerders. Studieboeken over architectuur spreken over 'Villa Barendsen'
 
Brood in de bloemen
”De twee broers Barendsen waren afkomstig uit een geslacht van broodbakkers uit 's Heerenbroek bij Zwolle,” vertelt Gert, "beide broers voelden weinig voor het vak van hun voorvaderen. Albert en  Willem kwamen naar Aalsmeer en werden kwekers en exporteurs. Ze trouwden met twee Aalsmeerse zusters Keessen en gingen naast elkaar wonen op dezelfde kwekerij. Ik zelf ben ook afkomstig uit die streek, mijn opa van moederskant was familie van de Barendsens en zo is de cirkel weer rond. Ik heb er ook een boekje over geschreven.”
 
Toen de laatste bewoonster van het huis op Oosteinderweg 215 in 2001 overleed, betrok de familie Karssing het huis. Het echtpaar had, mede doordat Karssing op de achterliggende kwekerij werkte, daar van 1964 tot 1968 in de kost was en er dus woonde, warme banden met de vorige bewoonster Jelli Barendsen. Gert en Willy waren bekend met de wens van laatstgenoemde, het huis na haar dood geheel in de oorspronkelijke staat te laten. "Wat niet wegnam dat er toch een flinke restauratie heeft plaats gevonden," zegt Willy, tot haar pensionering werkzaam als analiste bij de Amsterdamse bloedbank Sanquin.
 
Victoriaanse deuren
Bij de al genoemde restauratie bleef alles zo veel mogelijk in stijl, vorm en kleur, daarbij ook bijna uitsluitend gebruik makend van passende materialen. Het resultaat is indrukwekkend.
 
“Er was heel veel achterstallig onderhoud, maar we genieten nog elke dag van het feit dat we hier mogen en kunnen wonen. Er was, om iets te noemen, een elektriciteitssysteem dat werkte op zes ampère, wat zestien moest zijn. Weet je trouwens dat er in 1910 pas elektriciteit kwam op de Oosteinderweg? En we ontdekten bij de verbouwing dat er 32 ramen in het huis waren die niet goed sloten.”
 
We krijgen een rondleiding door het bijzondere huis met veel verborgen hoekjes, nisjes, trapjes, verscholen dubbele deuren en we voelen ons hier en daar neergezet in de art decotijd.
 
Gert: “Ja, die dubbele deuren. Stamt nog uit de Victoriaanse tijd. Hier, in de badkamer, ook twee deuren tegenover elkaar. De een kon binnenkomen en de ander kon snel verdwijnen door de andere deur. Hier in de toch niet echt ruime gang, zitten bijvoorbeeld elf deuren.”
 
We nemen ons deze ochtend voor om nog maar eens een bezoek te brengen aan Museum het Schip in het Spaarndammerplantsoen in Amsterdam dat ook een goed beeld geeft van de stijl van de twintiger jaren.
 
Cosy corner
“We hebben zoveel mogelijk getracht dit alles in de stijl van de Amsterdamse School uit te voeren” zegt Willy en leidt ons naar de zogenaamde cosy corner. Op het oog gewoon een mooie gemakkelijk zittende bank die bij het openen daarvan, een verrassend ruime plaats creëert voor speelgoed voor de vijf kleinkinderen.
 
Wat direct aan de buitenkant de aandacht van het huis trekt zijn de vele kleine raampjes aan de voorkant.
Dat was, zo horen we die ochtend, een bijzondere klus, om niet te zeggen, een hels karwei voor Schiphol bij het isoleren.
 
Willy: ”We waren verplicht het huis te isoleren. Deze bijzondere constructie had Schiphol nooit eerder gezien. Het is toch voor elkaar gekomen. En we zitten dicht bij de weg, maar horen helemaal niets van het verkeer dat hier langs komt.”
 
Verstoppertje
Opvallend in het huis is ook het vele licht, waar je ook staat, de prachtige houten vloer, (oregon pine), de bijzondere keuken met het doorgeefluikje naar de huiskamer. Nog zo’n item wat de kleinkinderen veel speelplezier oplevert. Overigens vermaken deze zich ook met de vele verborgen hoekjes waarin het goed verstoppertje spelen is. 
 
“Aan de keuken was sinds 1956 niets veranderd. Het was bijvoorbeeld allemaal granito, nu hebben we graniet maar we hebben wel de originele kleuren zo gelaten. De overheersende kleur is blauw, waarvan men zegt dat het vliegen werend is,” aldus Willy.
 
Gert Karssing, die, zo zien we die ochtend, over de spreekwoordelijke gouden handen moet beschikken wijst ons op een handig voorwerp naast het aanrecht: ”Hier kun je zo het afval in gooien, dan hoef je niet naar buiten.”
 
De vormgeving van dit huis is voor de bewoners altijd belangrijker geweest dan de functionaliteit, horen we van Willy Ze toont in de slaapkamer de prachtige quilt op het bed die ook wat kleurstelling betreft, geheel de art decostijl weerspiegelt.
 
Betere huizen voor arbeiders
Willy geeft uitleg over de Amsterdamse School die in het begin van de vorige eeuw onder het socialistische stadsbestuur van Amsterdam gestalte kreeg.
“De Klerk en met hem veel anderen vonden bijvoorbeeld dat er betere huizen moesten komen voor arbeiders. Dat in elke bouwkeet bij de te bouwen huizen een toilet moest komen. Functionaliteit, soberheid en schoonheid werden gecombineerd en dat zie je ook hier terug.”
 
In de ruime hobbyruimte krijgen we een goede indruk van één van de hobby's van Gert: het verzamelen van stenen en schelpen die ons in diverse vormen, kleuren en afmetingen worden getoond. Maar laten we niet vergeten de  bijzondere tuin van de Karssings te noemen, jaarlijks ook deel uitmakend van de door Groei&Bloei Aalsmeer georganiseerde tuinenroute
 
Regelmatig bezoekt het echtpaar veilinghuis De Eland waar ze zo nu en dan een bij hun bijzondere huis passend voorwerp aantreffen (“daar krijg je wel een neus voor”).
 
Beiden zeggen ons desgevraagd dagelijks enorm te genieten van hun bijzondere woning. Willy: ”We wonen in een kunstwerk, ik zou me echt geen leven in een flat kunnen voorstellen.” Gert vult aan: ”Nee, we gaan niet verhuizen. Ik hoop hier uitgedragen te worden.“
 
Tekst Leni Paul foto's Arjen Vos
 
Eerder verschenen in deze serie

 

Geen reacties

Add a Comment