Hoefsmid is zwaar, maar prachtig vak

Op een snikhete dag bezoeken we hoefsmid Jasper Metzemaekers. Onwillekeurig denken we aan paarden die bij oplaaiende vuren een behandeling aan hun poten, die benen dienen te worden genoemd, ondergaan. De werkelijkheid is weer eens anders. In een gerieflijke tuinstoel, zittend aan een voor veel Aalsmeerders ongetwijfeld onbekende vaart tussen Chrysantenstraat en Studios Aalsmeer, horen we een boeiend verhaal van de 32-jarige ondernemer Jasper Metzemaekers die een van de weinige hoefsmeden is in onze gemeente.

Vader Metzemaekers was een bekende vakman gevestigd in de Berkenlaan. Zo'n tien jaar geleden tekenden wij zijn levensverhaal op. Zowel vader als moeder Metzemaekers oefenden het beroep uit van hoefsmid. De beroepskeuze van de drie zoons van het gezin was toen nog niet bekend. Inmiddels werden twee van hen respectievelijk vliegenier en medisch specialist (gynaecoloog). Jasper koos voor het vak van scheepstimmerman.

Gouden handen
“Ik was altijd erg handig, maakte op mijn zesde al een bootje, kon al jong een shelter lassen, dus iets met mijn handen gaan doen lag voor de hand.” Je koos niet direct voor smid zoals je vader. “Nee, want ik zag bij mijn vader dat je dat vak niet tot je zestigste volhoudt. Mijn vader is nu zestig jaar, zat 25 jaar in het vak en kan dit beroep nu ook niet meer uitoefenen. Ik hielp hem tijdens mijn opleiding wel eens, vond het ook een mooi vak dus halverwege mijn studie voor scheepstimmerman ben ik gaan combineren met de opleiding voor smid. Inmiddels liep ik ook stage bij Helmuth Harting op de Uiterweg waar ik me bezig hield met scheepsbetimmeringen. En ik werkte ook nog een dag bij mijn vader.“

Metzemaekers maakt een energieke indruk, het type dat kan maken wat zijn ogen zien en hij wil dat desgevraagd ook wel bevestigen. “Veel vakken vind ik leuk. Als iets netjes moet zijn, het een mooi stuk moet worden, dan lever ik dat graag zo mooi mogelijk af en dat geldt voor meubeltjes en ook voor boten of andere zaken.” Maar nu vormen de paarden toch de hoofdmoot van je bezigheden. “Ja en dat wilde ik toch niet samen met mijn vader voortzetten. Hoewel ik eerst nog wel een dag bij hem werkte ben ik nu hier zelfstandig begonnen en heb ik een mobiele werkplaats, een bestelwagen met al het nodige gereedschap waarmee ik naar de klanten toe rijd. Het is een zwaar maar mooi vak en zoals ik al zei kun je dat niet tot op hoge leeftijd blijven doen. Dan ben je versleten en daarom ben ik blij dat ik door mijn opleiding nog andere mogelijkheden heb.”

In de bus, de mobiele werkplaats van de jonge ondernemer krijgen we een indrukwekkende collectie apparaten te zien. “Dit is een bandschuurmachine, een lasapparaat, een gasoven om de ijzers in te verhitten en kolomboormachines. Met de bus ga ik de klanten af.”

Wat  behelst het vak van hoefsmid precies? “Laat ik eerst even zeggen dat je tegenwoordig geen diploma meer nodig hebt om je hoefsmid te noemen. Dat is dus niet zo'n goeie zaak.”

Wat maakt je tot een goede hoefsmid? “Je moet een paard aanvoelen. Paardenfluisteraar? Ja, zo zou je het kunnen noemen. En wat ik al zei, het is een zwaar vak. Je staat altijd met gebogen rug en het is niet ongevaarlijk. Ze slaan als je ze moet beslaan hun poten uit, vooral met jonge paarden moet je oppassen.”

Dat een hoefsmid meer doet dan de hoeven van een paard of andere hoefdieren onderhouden om de juiste hoefstand te behouden of te bevorderen wordt al snel duidelijk als Jasper uitweidt over bekappen, het afsnijden van randen en van bijvijlen en over het voorkomen van slijtage aan de hoeven waarbij het van belang is om de ijzers precies op maat te maken en ze exact op de juiste plaats te bevestigen.

Breed vak
“Het is een breed vak. Je knipt de nagels, dat gebeurt zo eens in de acht weken. Je kijkt naar de stand van de voeten.”  Het is een plezierige bijkomstigheid dat zijn vrouw eveneens haar dagelijks werk “in de paarden” heeft wat, zo lijkt het me, het bijpraten over de dagelijkse belevenissen in de werksfeer vergemakkelijkt. Jasper: “ïk woon met een paardenmeid.”

Sinds de rijkserkenning voor de beroepsbeoefenaren is afgeschaft kan iedereen in Nederland zich hoefsmid noemen. Beunhazerij zou gemakkelijk kunnen toeslaan. Hoe bouwde jij als jong hoefsmid een reputatie op en hoe vind je klanten? Jasper: ”Tja, via mondreclame. Er zijn zo'n zeshonderd hoefsmeden in Nederland. Ik heb inmiddels, ook mede doordat mijn vader bekend was, een aardig klantenbestand. Zowel hier en in de omgeving in een straal van vijftien kilometer. Er lopen bijvoorbeeld ook wel paarden in parken, die ik onderhoud, zoals in het Rembrandtpark in Amsterdam. Het gaat goed, veel mensen hebben een paard. Zo'n zes jaar geleden, in de crisis, was dat echt wel anders.”

Als je bij je vaste klanten c.q.paarden komt aanrijden, herkennen laatstgenoemden je dan? “Ja, ze herkennen je en dan laten ze zich, als ze mij hebben gezien, niet gemakkelijk vangen. Ja, dan loop ik nog wel eens een blauwe plek op. Een dierenarts is soms nodig om te verdoven als paarden gevaarlijk zijn.”

Je bent een druk bezet man. Nog tijd voor hobby's? “Ik houd van vissen, jagen, ik doe aan basketball, hier achter het huis ligt mijn boot en ja, we hebben dit huis acht jaar geleden gekocht en we zijn nog steeds bezig met opknappen.”

Tekst: Leni Paul; foto's Jaap Maars (meer foto's in de gallery onder de advertentie).

(advertentie)

2 Reacties

Add a Comment