Hof nam alle tijd voor hoger beroep Heijstek

Donderdag 14 november diende het hoger beroep van voormalig raadslid en voorman van Het Aalsmeer Collectief Bram Heijstek inzake de uitspraak die de rechtbank deed op 16 juni 2017. Ruim twee jaar heeft het geduurd voor het Gerechtshof de zaak tegen Heijstek opnieuw behandelde. Het werd een lange zitting. Van negen uur tot half drie hadden de rechters nodig om de zaak opnieuw tegen het licht te houden. Heijstek, beschuldigd van identiteitsfraude en bedreiging, ontkende opnieuw alle aantijgingen. 
 
Aanwezig naast Heijstek en zijn raadsvrouw was een drietal rechtenstudenten, de gedupeerde ex-vrouw van Heijstek in gezelschap van haar ouders en grootmoeder en Joost Fraissinet, bekend uit het tv programma dat Peter R. de Vries over de zaak maakte. Fraissinet beschuldigt Heijstek ervan onder zijn naam bedreigingen aan het adres van zijn werkgever te hebben geuit waardoor hij op staande voet ontslagen werd.
 
'Smoking gun'
Heel veel nieuws kwam er niet voorbij in de zaal aan het Amsterdamse IJdok. Opnieuw ging het over het bewijsmateriaal in de vorm van een aantal in Heijsteks’ bureaulade gevonden telefoons waarin de politie simkaarten aantrof die aan de bedreigingen gelinkt konden worden. Dat, maar ook foto's die teruggevonden werden in de zogenaamde 'unallocated clusters' van de pc van Heijstek waren de ‘smoking gun’ die de basis vormde van de veroordeling door de rechtbank. Het verweer van Heijstek dat iedereen toegang had tot die telefoons omdat hij ze stelselmatig uitleende, werd door de aanklager niet echt geloofwaardig geacht. Temeer omdat Heijstek niet kon benoemen aan wie hij ze uitleende. Heijstek wist wel meer niet. Hoe het mogelijk was dat er een naaktfoto van hemzelf naar zijn schoonzus verstuurd was, was hem een raadsel. “Ik heb geen idee hoe die gemaakt is..”
 
Opvallend en gedurfd was dat Heijstek bij de rechter een naam noemde van iemand met wie hij in het verleden zaken had gedaan, die hij als kwade genius achter alle valse accounts en aantijgingen zag. Het Hof ging er niet in mee. Het politieonderzoek wees toch duidelijk in zijn richting maar Heijstek bleef hardnekkig in zijn ontkenning: “Het bewijs pleit mij vrij, ik heb er niets mee te maken.”
 
Geen gesloten deuren
Bij de behandeling over de persoonlijke omstandigheden van Heijstek vroeg de verdediging om dit onderdeel vanwege het privacygevoelige karakter achter gesloten deuren te behandelen. Het Hof willigde die wens niet in. Zo kregen de toehoorders toch een inkijkje in het huidige leven van de voormalige HAC-voorman. Met zijn gezondheid ging het goed, zo liet hij weten en hij zei geen bezwaar te hebben om aan een nieuw psychologisch onderzoek mee te werken.  
 
Wettig en overtuigend
De Advocaat-Generaal vond het ontkennen van Heijstek zeer onaannemelijk. Hoewel er volgens hem geen direct bewijs is dat de verdachte met zijn vingers op het toetsenbord heeft gezeten waarmee alle berichten onder valse accounts zijn verstuurd, zijn alternatieve scenario’s ook niet aannemelijk. Daarbij heeft Heijstek in de vier jaar tijd dat dit duurt, niet kunnen aantonen hoe het anders gegaan zou kunnen zijn. Iets dat je toch zou mogen verwachten wanneer je vals beschuldigd wordt. Desondanks noemde hij de bewijslast in zeven van de in totaal negen zaken van laster, bedreiging en identiteitsfraude ‘wettig en overtuigend’.
 
Straf
Net als de rechtbank is de Advocaat-Generaal van oordeel dat er aanwijzingen bestaan voor forse persoonlijkheidsproblematiek van het voormalige raadslid. Hij acht recidive-gevaar aanwezig en verzocht de rechter Heijstek een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaar op te leggen. Onder de voorwaarden van een meldplicht, het opvolgen van aanwijzingen van de rechtbank en medewerking aan zowel onderzoek als behandeling door een gedragsdeskundige. Daar bovenop werd een werkstraf geëist van 220 uur (20 uur minder dan de rechtbank had geëist) en als dat niet wordt uitgevoerd 110 dagen hechtenis. Over de hoogte van de schadevergoeding die zijn slachtoffers hebben ingediend, buigt het Hof zich nog.
 
Volgens de raadsvrouw van Heijstek was er te weinig bewijs en hadden de laster- en dreigberichten op sociale media een te wisselend patroon om het aan eenzelfde dader toe te kunnen dichten. Opvallend was dat ze niet voor volledige vrijspraak pleitte. Ze vroeg om verzachting van de straf: twee jaar proeftijd in plaats van drie, een minder zware werkstraf en dat de opgelegde meldplicht in Rotterdam uitgevoerd mag worden.
 
Het Hof gaf betrokken partijen tot 28 november de tijd om met aanvullende informatie te komen. Op 12 december volgt de uitspraak.
 
 
Tekst en foto's Arjen Vos
(advertentie)
 
 
 
 

Geen reacties

Add a Comment