‘Ik keepte met mijn vingers niet met mijn handen’

Met een lengte van twee meter en vier centimeter moet hij de langste doelman geweest zijn die ooit onder de lat van een Aalsmeerse voetbalclub heeft gestaan. Slechts 40 centimeter restten er tussen zijn kruin en de dwarsligger. Niet alleen om die reden wordt Frits van Berge Henegouwen een legendarische keeper genoemd. Atletisch vermogen, sprongkracht, een penaltykiller en het feit dat hij zijn wedstrijden met blote handen keepte, maakte de geborene Leidenaar beroemd en berucht. Twee periodes verdedigde hij het doel van VV Aalsmeer op zondag. Van 1977 tot 1980 en van 1983 tot 1986. We zochten de inmiddels 66 jarige Van Berge Henegouwen op en doken met hem de geschiedenis in. En vroegen: hoe is het nu met je?
 
Geen betere plek om af te spreken dan in de voormalige Silveren Draeck, de kantine van de VVA, thans in gebruik als buurthuis Hornmeer. Nog altijd is de in Uithoorn woonachtige Frits een imposante verschijning. De gezichten van de koffiedrinkende schilderclub draaien zich ‘en bloc’ naar de deur als we binnenkomen. Zo’n lange man, dat trekt de aandacht. 
 
Mooie mensen
Het is voor het eerst sinds midden jaren’80 dat Frits weer een voet zet op deze locatie. “Hier gooide ik altijd mijn tas in het rek,” herinnert hij zich in de hal, “verder bewaar ik niet direct speciale herinneringen aan het gebouw of de omgeving.” Dat er nu een school staat op de plek waar hij destijds het doel verdedigde laat hem koud. “Ik heb meer met de mensen van toen. Peet en Riek van Vliet, en de kantinebeheerders Wil en Ger van der Wilt. Mooie mensen waren dat. Sleepten de biertap naar buiten als er te veel mensen waren om naar binnen te kunnen.”
 
Prins carnaval
Direct poppen de herinneringen op aan zondagen dat er 2500 man publiek langs de lijnen van het hoofdveld stond. Dat was volgens Frits het geval wanneer er andere wedstrijden in de omgeving waren afgelast en voetballiefhebbers van andere clubs massaal naar de Hornmeer kwamen om hoofdklasser Aalsmeer te zien spelen. “Tegenwoordig zie je zelfs bij een club als AFC niet meer dan vier man op de tribune.”
 
Frits hield van de gezelligheid en de mensen van de club. Niet voor niets werd hij twee jaar achtereenvolgend tot Prins Carnaval uitgeroepen. “Als de wedstrijden op zondag waren afgelast was het in de kantine vaak disco. Dan bleven we lang hangen en gingen er heel wat rondjes door.” 
 
Potentie
Frits kwam in de jaren ‘70 met VV Aalsmeer in contact via een collega bij de firma Bols Nieuw Vennep waar de Leidenaar destijds werkzaam was. Daarvoor had hij als talentvolle jeugdkeeper al een heel voetballeven achter de rug. “Zoals zoveel jongetjes begon het bij mij op straat waarna ik bij ASC in Leiden ging voetballen. Een echte middenstandsclub. Dat paste bij ons, mijn ouders hadden een textielwinkel in Leiden. Dat zou ook mijn toekomst worden en daarom ging ik naar de textielschool in Enschede.” Vanaf 1969 speelde Frits daar in de A1 van Sportclub Enschede, de voorloper van FC Twente waar hij zich ontwikkelde tot de keeper die hij later werd. Én mede-kampioen van Nederland werd voor jeugdteams. Dat herhaalde Frits jaren later met DCG voor reserve elftallen. Mede dankzij een door hem gestopte penalty.
 
Dat hij als jonge jongen potentie had, werd ook onderkend door FC Utrecht. Frits: “Ik stond op het randje van betaald voetbal maar zij gaven de voorkeur aan een talent uit De Bilt, ene Hans van Breukelen…”
 
Keepen zonder (beschermende) handschoenen ziet hij nu niet als iets bijzonders. “De leren ballen van toen voelden anders aan dan het plastic van nu. Ik zei altijd: ik keepte met mijn vingers, niet met mijn handen. Een beetje zoals Piet Keizer die zei dat hij voetbal speelde met zijn tenen en niet met zijn voeten.”
 
Het veld ruimen
Aan een tafeltje in de kantine komt een map met knipsels uit een tas. Frits heeft een zeer nauwkeurige administratie bijgehouden van gespeelde wedstrijden en statistieken. Dat past bij het werk dat hij gedaan heeft. Hij was onder meer organisatie-adviseur. Had een werkzaam leven bij onder meer Henkel, NMB, Boek en Plaat, de Dageraad en het SFB, thans opgegaan in het UWV, waar hij zijn echtgenote leerde kennen met wie hij twee dochters kreeg. In de crisis moest hij het veld ruimen en raakte vanaf zijn 52e levensjaar ongewild werkloos.
 
Helemaal stil zitten deed Frits niet. Het bleek dat zijn handen niet alleen gevoel voor de bal hadden, maar ook voor het vasthouden van gereedschap. Er volgden verschillende projecten. Het winkelpand van zijn ouders in Leiden werd grondig verbouwd en ook het huis in Uithoorn is fors uitgebreid en zijn voortdurend klussen gedaan. Nu de dochters het huis uit zijn, richt hij zijn verbouwkunsten op hun woningen.   
 
Frustratie
Nadat Frits stopte met de actieve voetbalsport, heeft hij er niet meer naar getaald. Er zat geen trainer in het lange lijf verstopt. En ook geen elftalbegeleider. “Mijn grootste frustratie zou zijn dat ik als trainer iets uitleg dat niet begrepen wordt.”

 
 

Zoals hij er nu naar kijkt 

lijkt hij zelfs een afkeer te hebben van het moderne voetbal. Nooit maakt hij de gang naar een wedstrijd om te kijken. Walking Football met de oude mannen? Geen haar op zijn hoofd die daar aan moet denken.

 
Hij ziet het voetbalspelletje zelfs nog een keer een zachte dood sterven. “Vroeger speelde iedereen voetbal op straat, dat zie je nu nauwelijks meer.”
 
Tekst en foto's Arjen Vos, zwartwitfoto's uit privé-archief FvBh
 
(advertentie)
 

 

Geen reacties

Add a Comment