'Leven zonder honden is niet voor te stellen'

De journaliste moet bekennen slechts over een minimale kennis van honden te beschikken. Maar na een bezoek aan de enthousiast vertellende Renske Maarse-Bartels verlaat ze een paar uur later de  gezellige in 1928 gebouwde woning aan de Oosteinderweg met een overdaad aan informatie over honden in het algemeen en van de Golden Retriever in het bijzonder.
 
Bea, Beertje, Benno en Blicka heten de vriendelijke huisdieren. Goedaardige lobbesen die die middag geen moeite lijken te hebben met de komst van journaliste en fotograaf.
 
Een leven zonder dieren om zich heen zou Renske zich nauwelijks kunnen voorstellen. Ze ziet dan ook terug op een heerlijke jeugd waarin dieren altijd een rol hebben gespeeld.
 
 Lopend met koe door dorp
“Opa Gelein woonde in de Wilgenlaan in een zogenaamd arbeidershuisje en hij hield daar ook koeien, wat nu onbestaanbaar lijkt. Hij had altijd koeien van het Brandrode ras. Als de koe moest worden gedekt liep opa door de Sportlaan helemaal met de koe naar de Bosrandweg naar de stier, toch gauw een kilometer of zes. Ik liep vaak met opa mee, ging ook zes jaar lang elke zaterdagochtend met zijn pony gras halen in het Seringenpark. In het huis aan de Wilgenlaan woont inmiddels mijn neef, de kleinzoon dus van opa. Ikzelf groeide op op de Hornweg waar mijn vader een anjerbedrijf had.Hij deed veel aan veredelen en tijdens de Floriade 1960 kwam hij met een nieuwe oranjekleurige anjer die hij Renske noemde. Later had hij weer een nieuwe soort, die werd vernoemd naar Charmeur, een van de paarden van de later afgebrande manege Ponderosa.”
 
Leuke meid
Renske doorliep de plaatselijke Mulo en had direct een baan op het gemeentehuis. Lag dat voor de hand, ambtenaar te worden?
 
“Daar rolde ik in. Meneer Ensing, officieel G.J. Ensing, gemeenteontvanger zag mij vaak fietsen en vond me wel een leuke meid en zo kwam ik door mijn uiterlijk op de afdeling financiën terecht, gevestigd in het gebouw van gemeentewerken aan de Dorpsstraat. Ik heb er van 1959 tot 1965 gewerkt. Toen trouwde ik en ja, als je ging trouwen werd je in die dagen ontslagen. Ik trouwde met Geert Maarse, een anjerkweker. Ik kende hem wel omdat hij bij mijn vader het uitgangsmateriaal kocht. En we kenden elkaar ook van het Oosterbad, waar ik mijn eerste zoen van hem kreeg.”
 
Van zwaarwichtig cijferwerk als ambtenaar op de Centrale Boekhouding van een gemeentehuis in de anjers. Een overgang?
Renske: ”Dat viel mee. Van thuis was ik anjers gewend en werkzaamheden zoals bijvoorbeeld netten breien was me niet onbekend. We kregen twee dochters en ik heb altijd meegewerkt in de kwekerij. Inmiddels zit mijn schoonzoon hier met het seringen- en Ilexbedrijf.”
 
'Zo'n hond willen wij ook wel'
Een plezierige bijkomstigheid was dat de echtelieden Geert en Renske hun liefde voor dieren ïn het algemeen en voor honden in het bijzonder bleken te delen.
 
“Geert had ook altijd honden gehad, wij hadden thuis honden, opa had vee, ome Coen Gelein fokte konijnen en werd naast het schrijven van veel boeken over planten door de konijnen ook bekend. Geert en ik kochten in 1979 onze eerste Golden Retriever. En al gauw ontstond het idee dat we wel een nestje honden wilden gaan fokken. Aanleiding was de handbalvereniging. We namen trots onze hond mee naar de wedstrijden van de handbalclub. Ja, hoe gaat dat dan. Kees Been, Dorus Tas en anderen zagen onze Bella. 'Prachtige hond, zeg, zoiets willen wij ook wel hebben', hoorden we om ons heen. En toen dachten we: we gaan ze zelf fokken. Ik ben me daar toen intensief in gaan verdiepen. Er is een speciale vereniging en ik werd al gauw lid van deze Golden Retriever Club Nederland. Inmiddels hadden we onze eigen kennelnaam, die werd en is nog steeds 'Van het Seringenland'.  Om officieel als zodanig erkend te worden moet je aan zware eisen voldoen. Golden Retriever is een ras van jachthonden.”
 
Jachtpartijen
Het woord jagen heeft bij velen een niet altijd even sympathieke klank, geeft Renske toe. “Maar ik ben me er in gaan verdiepen, werd lid van de jagersvereniging en ben overtuigd geraakt van de waarde van het jagen. Nee, zelf jaag ik niet , hoewel, zoals ik al zei, de Golden Retrievers echte jachthonden zijn.”
 
Wie naar de prachtige, goedmoedige dieren kijkt die zich inmiddels rondom onze voeten hebben gevleid denkt niet direct aan woeste door heftig trompetgeschal begeleide jachttafrelen, naarstig op zoek naar hun prooi.
 
“Nee, daar hebben we nooit aan meegedaan. We hebben ons wel jarenlang bezig gehouden met fokken en ik ben ook erkend als hondenfokster. Ik doe mee aan trainingen en wedstrijden. Daar worden zware eisen gesteld aan de honden. Dit weekend ga ik weer op pad met Lord Bonfire en die wordt dan gepresenteerd als Lord Bonfire van het Seringenland. Ik heb ook vrouwelijke honden en die heten dan bijvoorbeeld Lady Belladonna van het Seringenland.”
 
Na het overlijden van echtgenoot Geert zes jaar geleden, is ze gestopt met het fokken van de honden. Ze staat nog wel bekend als logeeradres voor retrievers.
 
Helpende hand
Renske is bescheiden over haar veelzijdig leven waarin, zo is bekend, vaak de minder bedeelde medemens centraal staat. Zo kunnen zieke buren en bekenden in moeilijke omstandigheden altijd een beroep op haar doen, is ze iedere dinsdag in Irene om vandaar met mensen met beginnende dementie te wandelen en steekt ze, indien nodig een helpende hand uit op de kwekerij van dochter en echtgenoot. Het bedrijf werd na het overlijden van Geert door hen voortgezet.
 
Hondenkerkhof
We lopen over de akkers. De vier honden plus logeerhond worden door de bazin aangespoord een duik te nemen in de brede sloot. Enthousiast geven ze gevolg aan de lichte hint.
 
Renske: “Hier zwem ik zelf ook veel.”
 
We passeren een gerieflijke barbecueplek aan het water, midden in het grasveld met uitzicht op wat bosschages enkele beelden van honden. “Ja, dat is ons hondenkerkhof. Er liggen tot nu toe acht van onze honden begraven.”
 
In een van de schuren staat een verstelbare onderzoekstafel zoals je wel ziet bij de huis-en dierenarts.
 
“Hier worden honden getrimd en verzorgd. Dat doet mijn dochter. Vooral als je meedoet aan schoonheidswedstrijden moet het dier er piekfijn uitzien.”
 
Niet goedkoop
Op verzoek geeft Renske nog enkele praktische details prijs. "Honden houden is geen goedkope aangelegenheid," zegt ze. “Per week gaat er vijftien kilo voedsel doorheen. Er zijn soms injecties nodig. Gelukkig heb ik voor mijn honden niet vaak de dierenarts nodig.”
 
“Nee, een leven zonder honden zou ik me niet kunnen voorstellen. Dit is ook een heerlijke plaats om te wonen en waar ook de honden zich kunnen uitleven. Ik ga ook wel wandelen met ze in het Amsterdamse Bos. Nee, drie hoog in een appartement moeten ze me niet neerzetten.”
 
Tekst Leni Paul, foto's Jaap Maars
 
(advertentie)
 

Geen reacties

Add a Comment