Sport Op Zondag

Gerard Maarse

 

Amper ontsnapt uit de box leerde ik hem al kennen, mijn eerste sportheld. Toen hij meedeed aan de Olympische Winterspelen in het Italiaanse Cortina d'Ampezzo stuurde hij mij zelfs een kaartje. Goh, wat was ik daar trots op! Na zo'n 65 jaar zag ik hem weer. Destijds jong en in levende lijve, een jaar geleden op gedateerde, bewegende beelden: oud-schaatskampioen Gerard Maarse, in een flits waarneembaar in het televisieprogramma Andere tijden sport, dat een hommage bracht aan Atje Keulen-Deelstra. Nadat de legendarische ijskoningin in Assen voor de vierde keer wereldkampioene was geworden werd zij op een nog net toelaatbare wijze door Maarse omarmd. Hij kon zich dat permitteren - als de sporter wint, mag de coach meevieren.
 
Gerard Maarse, in 1929 in Wilnis geboren, woonde in zijn sportieve jaren aan de dijk in Rijsenhout. Gezegd werd dat hij een aangenomen kind was, maar zeker weten doe ik dat niet. Over zijn prestaties als hardrijder ben ik wel duidelijk: hij werd nationaal kampioen allround en nam als sporter en coach deel aan drie Olympische Winterspelen. Maarse schaatste in jaren dat Nederlanders op internationale toernooien nog niet als vanzelfsprekend de meeste medailles ophaalden - Noren en Russen zetten toen de toon.
 
Rozenstraatschool
Aalsmeer, Kudelstaart en Rijsenhout telden kort na de Tweede Wereldoorlog een groot aantal goede schaatsers: Ab Pannekoek, de broers en zus Bruine de Bruin, Gerard Maarse, Cor Biesheuvel, Herman en Lenie Koehler, Joop van de Polder, Wim Maarse (Uiterweg), Aldert Jongkind, Co Doeswijk, Ko Stigter, de broers Loogman, Frans Braat, Jan en Henk Verseveld en vele anderen.
 
Onder de vlag van het Nederlands Verbond tot Bevordering van het Hardrijden op de Schaats strekten ze onder leiding van Ben van der Vinden één keer in de week de spieren in het gymzaaltje van de voormalige Rozenstraatschool, steeds zo'n veertig jonge mannen en vrouwen. De nationale kernploeg, waartoe ook Jan Bruine de Bruin uit Aalsmeer-Oost en Cor Biesheuvel uit Rijsenhout enige tijd behoorden, trok op zaterdagen in de herfst naar het CIOS in Overveen voor centrale trainingen onder leiding van de Amsterdamse gymnastiekleraar Bert Carlier en Ben Holleboom. Een middagje fitnessen, met een loopje door de duinen als toegift.
 
Schaatsers met een rammelende spaarpot vertrokken vervolgens voor een trainingsstage naar Hamar. Gerard Maarse kon dat reisje ook maken, met dank aan een bloemenhandelaar die hem enige tijd werk en loon bood op de Centrale Aalsmeerse Veiling en vrijaf gaf naar keuze. In de winter van 1949 vertrok het jonge sporttalent voor de eerste keer naar Hamar.
 
Kampioen
Gerard Maarse was jarenlang Nederlands beste sprinter met een nationaal 500 meter-record: 42,9, gereden in Davos. Toch ging hij ook een race over tien kilometer niet uit de weg. In 1955 wordt Maarse in Heerenveen zelfs Nederlands kampioen allround met winst op alle afstanden. Egbert van 't Oever eindigt als tweede, Jeen van den Berg is derde, de latere Elfstedenwinnaar Reinier Paping vierde en Aalsmeerder Jan Bruine de Bruin vijftiende. De titelstrijd werd gehouden in open terrein met vrij spel voor de wind.
 
De winnende tien kilometer-tijd van Maarse is 18 minuten en 34 seconden. "Ik wist dat ik in conditie was en had het heerlijke gevoel alles te kunnen", liet de kampioen in een krant optekenen. Op een door Klaas de Boer, voorzitter van IJsclub Aalsmeer, in de Oude Veiling georganiseerde avond wordt Maarse gehuldigd. De zaal zit zo goed als vol. Burgemeester Loggers overhandigt de kampioen namens de gemeente een medaille van herinnering, sportzaak Van Bergen schenkt een paar basketbalschoenen. Ook provinciaal kampioen Jan Bruine de Bruin wordt geëerd.
 
Winterprik
In de aanloop naar de Winterspelen in Cortina d'Ampezzo in 1956 wint Gerard Maarse in Hamer ook nog een officieus nationaal kampioenschap met deelname van in Noorwegen verblijvende landgenoten. Tijdens de Spelen gaat het in Nederland vriezen en in het Rotterdamse Kralingen wordt alsnog een officieel Nederlandse titelstrijd georganiseerd. De topschaatsers, die na de Winterspelen van plan waren direct door te reizen naar Scandinavië voor deelname aan het EK en WK, besluiten een tussenlanding te maken in eigen land.
 
Maarse wint in Rotterdam de 500 en 1500 meter en verliest op de 5000 meter, ondanks een val, nauwelijks tijd op de concurrentie. Na drie verreden afstanden lijkt de titelstrijd te gaan tussen Maarse en Kees Broekman. Een plotselinge dooi-aanval zorgt echter voor een onvoorziene wending: beide kanshebbers komen pas in de slotrit aan de start en zijn kansloos op het verpapte ijs. Broekman en Maarse spraken af voor hun eigen kansen te rijden, maar op elkaar te wachten als het ijs nog veel slechter zou worden. Maarse neemt een voorsprong, maar houdt in als hij te ver achter raakt op het schema van de in de eerste rit gestarte Wim de Graaff. Maarse en Broekman komen na 26 minuten en 18 seconden gelijktijdig over de streep - afspraak is afspraak. De meeste toeschouwers zijn dan al op weg naar een warme kachel. Wim de Graaff wordt de nieuwe kampioen. Jan Bruine de Bruin uit Aalsmeer-Oost was ook deelnemer aan deze bizarre titelstrijd. Na drie afstanden stond hij zesde, maar plaatste zich daarmee net niet voor de slotafstand. Dat recht was slechts voorbehouden aan de top-vier van het klassement.
 
Na 1956 laat Gerard Maarse als hardrijder niet veel meer van zich horen. In 1959 wordt hij in Groningen nog wel kampioen op de korte baan. Een eenmalige rentree volgt in 1963: tweede bij de districtskampioenschappen kortebaan in Spaarndam.
 
Bondscoach
Gerard Maarse wordt in 1952 voor de eerste keer geselecteerd voor een Olympisch toernooi, gehouden in Oslo. Een gedeelde achtste plek op de 500 meter en een gedeelde twaalfde op de 1500 meter zijn de resultaten. Vier jaar later treedt hij in het Italiaanse Cortina d'Ampezzo aan op drie afstanden: gedeeld 22ste op de 500 meter, gedeeld elfde op de 1500 meter, 18de op de vijf kilometer. In de beginjaren zeventig keert Maarse terug op de Winterspelen, ditmaal als bondscoach van de vrouwenploeg. Het zijn, ondanks veel gekibbel tussen de coach en de dames onderling, de succesjaren van Ans Schut, Stien Baas-Keizer en Atje Keulen-Deelstra.
 
In het maatschappelijk leven doet Gerard Maarse aanvankelijk dienst als sportinstructeur op de luchtmachtbasis in Soesterberg. Hij is dan in de gelegenheid het hele jaar door veel trainingsuren te maken. Later werkt hij op de personeelsafdeling van de Hoogovens en woont in Beverwijk. Ook verblijft hij nog enige tijd als coach in Zweden, keert terug naar Nederland en overlijdt in Ermelo, zestig jaar oud.
 
Tekst: Jacques de Jonge
 
Foto's: Boven: Gerard Maarse rijdt zijn ereronde na het behalen van de nationale titel in Heerenveen. Het behoorde in die tijd tot de Friese schaatscultuur dat de toeschouwers op het ijs kwamen om de kampioen uit respect en bewondering even aan te tikken. Tussen de tekst: De portretfoto toont Maarse als coach van de nationale vrouwenploeg, een actiefoto en een beeld van de voormalige Idrettsplassen-ijsbaan in Hamar, jarenlang het Mekka van Nederlandse hardijders.

Geen reacties

Add a Comment