Poeloever

Auteur: Pennenstreken

Pennenstreek 272. Ooit was de Poeloever woest en ledig. Maar als straks de Lidl klaar is – en vóór jachthaven Dragt een nieuw huis staat – is de waterkant tussen het Dorp en de Grote Poel weer helemaal volgebouwd. Alleen de jachthavens Dragt en de Nieuwe Meer geven nog zicht op de Westeinderplas.

Met de spoorlijn naar Amsterdam (1915-1950) kwam de bouwwoede pas goed op gang. Handelskweker Hilverda bouwde in 1915 een bloemenschuur tegenover het station – en naast de loswal. Dichtbij het Dorp werd in 1916 de voorloper van de Rabobank gebouwd, de Coöperatieve Tuinbouwbank. Ernaast stond de spaarbank van de vereniging Nut en Genoegen – later de (nu verdwenen) VSB bank.

Werk, Wonen en Watersport. Aalsmeerders hebben altijd aan het water gewoond. Dat was niks bijzonders. Het water was een nutsvoorziening; het verschafte turf om te verstoken, zwarte grond voor de akkers en de vaarwegen om de bloemen en planten te transporteren.  

Watersport was voor Amsterdammers – die werden ‘boeierlui’ genoemd. Ze kwamen met de trein aan, recht tegenover de Nieuwe Meer. Of ze kwamen met Maarse & Kroon – bovenaan de klucht van de Ophelialaan, tegenover jachthaven Dragt, was een bushalte.

Nu de Aalsmeerders ook boeierlui zijn geworden, heeft de Watersport het van het Werk gewonnen. Het Wonen aan het water is aantrekkelijk – en gruwelijk duur! – geworden. Want de Welvaart (let op de laatste lettergreep!) heeft toegeslagen en – bijna – iedereen heeft geld en tijd voor Watersport.

Daarom is de oever volgebouwd. Met huizen. Nu zou niemand meer een Tuinbouwbank aan het water situeren, maar indertijd was die grond juist goedkoop. Welke Aalsmeerder dacht aan Watersport? En boeierlui waren rare snoeshanen uit de stad. Laat die maar naar hun jachthaven verdwijnen, bij Dragt of de Nieuwe Meer.

Links:
 

Pierre Tuning is onder meer oud-NOS journalist, kunstminnaar, boekenschrijver, oud-raadslid en kritisch volger van alles wat er in Aalsmeer gebeurt.
 

Geen reacties

Add a Comment